Judo weetjes



Het judopak

Bij judo hoort een speciaal pak. Sommige judoka's noemen hun pak 'Kimono'. Dit is niet helemaal juist. De kimono is de traditionele kleding voor de Japanse vrouw of man. Tegenwoordig wordt de kimono hoofdzakelijk alleen nog op feestdagen gedragen. Een echte zijden kimono is een kostbaar bezit en wordt dan ook doorgegeven van moeder op dochter en van vader op zoon. Vrouwen dragen een ander soort kimono dan de mannen. Jonge meisjes dragen een vrolijk gekleurde kimono en de oudere dames een met minder uitbundige kleuren. De kimono van de man is altijd donkerder van kleur. Het dragen en omdoen van een kimono is niet zo makkelijk. Veel vrouwen nemen zelfs les om dit te leren.

 

Bij judo is dit anders. Jongens en meisjes dragen dezelfde kleuren. Een judopak het een 'Judogi' of gewoon 'Gi' en bestaat uit een broek, een jas en een band. De judojas is van stevig dubbel geweven katoen, want er wordt flink aan getrokken. Dat zul je vast wel merken. De lengte van de jas is langer dan bijvoorbeeld bij karate, maar korter dan de Japanse kimono of “Yukata” (een soort avondkimono). Zo heb je ook de Kendogi en de Karategi. Bij kendo (ook een oosterse vechtsport) houdt een gesp de jas in het midden ter hoogte van de borst vast. De judojas heeft geen knopen of gespen of iets dergelijks. Dat zou te gevaarlijk zijn. Je zou jezelf of iemand anders kunnen verwonden.

 

Het traditionele judopak is wit van kleur. Je kunt dan het makkelijkst zien of het vuil is en gewassen moet worden. Op de Europese wedstrijden zien we eveneens het blauwe judopak. Anton Geesink is de initiatiefnemer en promotor van het blauwe wedstrijdpak. Het doel van zo´n blauw pak is meer duidelijkheid voor de toeschouwers en de scheidsrechters, wie nu eigenlijk wie is. Vooralsnog volgen de landen als Japan en Korea uit overweging van traditionele aard deze trend nog niet graag.

 

Meer dan in welke vechtkunst ook speelt de kleding een grote rol in het judo. Door middel van de kleding kun je je tegenstander op diverse manieren vastpakken, trekken en duwen en zo dus uit balans brengen.

 

Je draagt bij judo geen schoenen. Doordat je op blote voeten werkt, heb je een betere grip op de mat en ben je ook beter in staat om je balans te bewaren.

 

Hoe moet je je Judogi aantrekken?  [top^]
Bij het aantrekken van de broek zorg je ervoor dat de lusjes aan de voorkant zitten. Het lint dat door de bovenkant gaat eerst goed aantrekken, daarna aan de voorkant aan twee kanten door de lusjes halen en met een strik goed vastknopen. Voor de allerkleinsten onder ons zijn er ook broeken met een elastiek. Dat is natuurlijk wel zo makkelijk.

 

Je judojas wordt links over rechts dichtgeslagen en dichtgebonden door de judoband. (OBI)

 

Afhankelijk van de buikomvang van de judoka´s is de band ongeveer 2.40 tot 3.00 meter lang. Vrouwen droegen vroeger een speciale vrouwenband: een zwarte band met een witte lijn in het midden over de gehele lengte. Het knopen van de band gebeurt op een speciale manier en dat kan voor de beginner nog wel eens problemen opleveren.

 

De meest gebruikte manier stap voor stap:

 


  • Houd band voor buik zodat links en rechts even lang zijn.
  • Kruis uiteinden achter rug en breng weer naar voren.
  • Kruis beide uiteinden onder beide windingen door.
  • Maak laatste knoop met beide uiteinden.
  • Klaar voor de training/wedstrijd.

 

2e wat moeilijkere manier stap voor stap. Deze manier van knopen wordt o.a. gebruikt door beoefenaars van de kata en bij wedstrijden omdat bij deze manier van knopen beide windingen als 1 lijn over de rug lopen.

 


  • Houd het korte eind van band in rechterhand voor buik.
  • Met linkerhand lange band om middel draaien.
  • Band voor 2e keer om middel draaien.
  • Lange uiteinde onder beide windingen doorhalen en aantrekken.
  • Laatste platte knoop met beide uiteinden maken.
  • Klaar voor demonstratie/wedstrijd

 

Hoe moet je je Judogi opvouwen? [top^]

Er zijn verschillende manieren om je Judogi op te vouwen. Een van die manieren gaat als volgt:

 

  • Leg de jas neer met de mouwen horizontaal.
  • Vouw de mouwen een voor een naar binnen tot aan de revers.
  • Leg de broek in de lengte in het midden van de jas.
  • Vouw nu de rechterkant van de jas over de broek en vervolgens de linkerkant van de jas over de rechterkant.
  • Neem met beide handen de onderkant van de jas op ongeveer 2/3 van de totale lengte en vouw dit gedeelte naar boven.
  • Het bovenste gedeelte van de jas vouw je hier overheen.
  • Je hebt nu een klein pakketje dat je door middel van je band samen kunt binden.

    Hygiëne en Veiligheid voor alle judoka's !!! [top^]

    In onze dojo (judozaal) hebben we ons te houden aan diverse regels die betrekking hebben op hygiëne.


    Wat héél belangrijk is, is dat onze judoka`s schone handen en voeten hebben. De nagels moeten goed verzorgt zijn, en niet zoals zovelen onder ons met “rouwnagels”.  Tot onze spijt zien we heel vaak dit soort dingen, wat toch echt niet kan.


    Ook het judopak en de band moeten er schoon en fris uitzien.


    Ook zijn er judoka`s die gel in hun haren hebben gedaan, dit is op zich geen probleem, alleen als de gel een kleurtje heeft wel.  Deze kan gaan afgeven op een ander judopak, wat vast de bedoeling niet is. Ook het schminken van gezichten is niet toegestaan!!


    Meisjes met lange haren dienen hun haar in `n staart te dragen.


    Wat de veiligheid betreft mogen er géén sieraden gedragen worden tijdens de training. Dit is om te voorkomen dat men anderen bezeert, heeft men net nieuwe gaatjes laten prikken dan moet men deze oorbellen afdekken met een pleister.


    Dus jongens en meisjes, laat alle sieraden thuis en zorg voor een schoon en fris uiterlijk!!!


    Slippen [top^]

    Met de judoband strik je niet alleen je pak dicht. Je ziet ook hoe goed iemand kan judoën. Het is simpel. Hoe donkerder de band, hoe meer je van je tegenstander kunt verwachten. Op de witte band, waar je mee begint, krijg je een gele slip genaaid. Word je nog beter? Dan krijg je een oranje slip. Daarna wordt er een groene, een blauwe en uiteindelijk een bruine slip op je band genaaid. Pas daarna volgt de gele band, waarbij je ook weer gekleurde slippen kunt verdienen. Vervolgens krijg je de oranje band, waarbij je nog een groene, blauwe of bruine slip kunt halen. Zo gaat het door tot je de zwarte band hebt. Vooral al die banden en slippen doe je examens.


    Wie niet sterk is moet slim zijn [top^]

    Aan brute spierkracht heb je bij Judo niet veel. Aan pienter uitgedachte verdedigingstechnieken des te meer. Judo is een verdedigingssport. Het gaat erom dat je iemand te slim af bent. Je leert technieken waarmee je een groter persoon op de grond kunt werpen. Hoe? Door hem uit balans te brengen. Stel: die pestkop uit je klas trekt hard aan je mouw. Jij trekt de andere kant op. Je kunt wel blijven trekken, maar wat als je plotseling mee zou geven? Juist! Die pestkop raakt uit balans en valt.


    Waza watte, oftewel de puntentelling [top^]

    Op een scorebord zie je hoeveel punten je hebt verdiend. De Waza-Ari's (WA) en Yuko's (YU) worden bijgehouden. De namen voor de judopunten zijn Japans en klinken grappig. "Koka" is een kleine score. Je krijgt drie judopunten. "Yuko" betekent een score van vijf judopunten. Doe je worp waarvoor de scheidsrechter je een "Waza-Ari" geeft? Dan levert je dat maar liefst zeven punten op. Soms scoort iemand met een "Ippon". Je krijgt tien punten en de wedstrijd is meteen afgelopen want je hebt gewonnen. Als er geen "Ippon" valt, wint iemand met een "Waza-Ari". Hebben beide judoka's een "Waza-Ari", dan kijkt men naar de "Yuko's".


    Pesterijtjes [top^]

    Er was eens een Japanse student met de naam Jigoro Kano. Hij had er schoon genoeg van dat hij altijd werd gepest. Ze scholden hem uit voor garnaal, omdat hij zo klein en mager was. Hij had gehoord dat je met Jiu-Jitsu van een groter persoon kon winnen. Eenmaal getraind lukte het Jigoro om zich van zijn vijanden te ontdoen. Toch zat hem iets niet lekker. Het ging er bij Jiu-Jitsu hard aan toe. En pestkoppen verwonden was nou ook weer niet nodig. Jigoro besloot de regels aan te passen. Gevaarlijke gevechtstechnieken haalde hij eruit. (lees ook hieronder)


    Ontstaan van Judo [top^]

    Vechten en worstelen.


    Een van de alleroudste vormen van stoeien is het worstelen. In 708 voor Christus namen de Grieken het wordstelen op in hun programma van de Olympische Spelen. Zij vonden het worstelen van groot belang voor de ontwikkeling van de jonge man. Niet alleen in de oudheid werd er geworsteld, ook nu nog vinden we bij heel veel volkeren wel één of andere vorm van worstelen.


    Er bestaan over de gehele wereld manieren om te “vechten met een tegenstander”.  Veel van die systemen zijn uitgegroeid tot een sport. Men bedacht regels, en door die regels werd vechten meer stoeien en kon een zegen ook behaald worden door meer behendigheid te tonen, sneller of zelfs slimmer te zijn. Judo is één van die vormen die zich ontwikkeld heeft tot een moderne sport.


    Bij judo speelt de kleding een heel grote rol. Via allerlei manieren van vastpakken bij de judojas of broek wordt geprobeerd de tegenstander uit zijn evenwicht te brengen en te werpen, of op de grond te controleren. Judo kende vroeger geen gewichtklassen. Tegenwoordig zijn de judoka´s ingedeeld naar o.a. gewicht. In veel vormen van “vechten met een tegenstander” speelt het gewicht een grote rol. Hoe zwaarder, hoe groter de kans op een overwinning. Sumoworstelaars volgens zelfs een speciaal dieet om maar zo zwaar mogelijk te worden. Er zijn ook stoei en vechtsporten waarbij lenigheid en behendigheid een grotere rol spelen. In Brazilië heet zo´n sport CAPOEIRA.


    Oorsprong en ontwikkeling van Judo.


    Jigoro Kano werd geboren op 28 oktober 1860 in het dorpje Mikage in het westen van Japan. Hij bestudeerde de ju-jutsu-systemen van 3 verschillende scholen: de Kito-Ryu, de Tenshin-Shinyo-Ryu en van de Yoshin-Ryu. Ryu betekend school. Uit al deze scholen ontwikkelde hij een eigen stijl; de Nippon-Den-Kodokan-Judo. Kortweg Kodokan Judo genoemd.


     


    In 1882 opende hij zijn eerste eigen school, de Kodokan. Hij was toen pas 21 jaar. Om het judo meer bekendheid te geven reisde Kano veel naar het buitenland. Hij gaf daar lessen en demonstraties. Hij reisde zelfs diverse malen naar Europa en Amerika om er demonstraties en lezingen te geven.


    In 1903 ging Y. Yamashita naar de Verenigde Staten om het judo te promoten. Al spoedig had hij veel leerlingen, onder wie niemand minder dan de president van Amerika, Theodore Roosevelt. In Engeland was het Yukio Tani die als eerste les gaf in judo. Niet alleen in de Dojo (= judozaal) maar ook op kermissen vertoonde hij zijn “Geheime Kunst”.


    In 1918 werd in Engeland de eerste “Budokwai Dojo” geopend. Dit had een grote betekenis voor de ontwikkeling van het judo in Engeland. In Frankrijk was het de japanner Minosoku Kawaishi die als eerste het judo introduceerde, en opende in 1938 de “Judoclub de France”. In de meeste andere Europese landen was er voor de tweede wereldoorlog nog weinig van het judo bekend.


    In Nederland werd er voor de oorlog vooral jiu-jitsu onderwezen. PMC Toepoel was de eerste die in Den Haag les gaf in de “geheime kunst”. Maurice Nieuwenhuizen richtte in 1939 de “Nederlandse Jiu-jitsu Bond” op. Jigoro Kano was ondertussen druk bezig geweest om het judo op het programma van de Olympische Spelen te krijgen. In 1938 in Cairo gebeurde dat dan ook voor het eerst.


    Na de tweede wereldoorlog zette de ontwikkeling van judo pas goed door. In 1948 werd de E.J.U (= Eerste Judo Unie) en in Nederland de “Nederlandse Judo Associatie” opgericht.


    In 1951 werden er voor de eerste keer Europese Kampioenschappen gehouden. Het Velodrome in Parijs was gevuld met maar liefst 12.000 toeschouwers. Het kampioenschap werd voor de fransen een groot succes. Zowel bij de verschillende banden (er werd toen nog niet gevochten in gewichtsklassen) als bij de teams behaalde de franse ploeg alle overwinningen. Bij de bruine banden versloeg de fransman Dupre een jonge grote Nederlander van 18 jaar, genaamd............Anton Geesink. In 1964 werd Anton Geesink Olympisch Judo Kampioen in Tokyo.


    De judomat [top^]

    Tijdens een judotraining moet een judoka heel wat keren een val maken. Hij moet dat kunnen doen op een ondergrond die niet te hard is, maar ook niet te zacht. Vroeger vond je in veel dojo´s de originele Japanse Tatami´s (=judomatten). Deze mat is 188 cm lang, 94 cm breed en 6 cm dik en gemaakt van geperst rijststro. De bovenkant is gemaakt van zeer fijn geweven igusa-riet. Dit riet is zo fijn geweven dat er zelfs geen water doorheen kan.


    Deze tatami vind je in alle Japanse woningen met dit verschil, dat de mat aan de lange zijden is afgezet met een 2 cm breed zwart lint. De Japanners bouwen hun huizen dan ook op de afmeting van de matten. Ze zeggen daar niet “ik heb een kamer van 3.60 bij 3.60 meter” maar “ ik heb een 8 matten kamer”. Om de matten zo schoon mogelijk te houden, moet je bij het betreden van een Japanse woning of hotel je schoenen uitdoen. Deze worden in een speciaal daarvoor bestemd rekje geplaatst en je krijgt hiervoor in de plaats een paar slippers aan je voeten. Deze slippers moet je ook weer uitdoen als je de hotelkamer binnengaat.


    In de Japanse dojo is het hel vloeroppervlak bedekt met deze tatami. De Japanse rijststro tatami is er hard maar de vloer is zo gelegd dat het gehele vloeroppervlak mee-veert als er wordt gevallen. Je kunt je voorstellen dat er maar weinig dojo´s op deze manier zijn ingericht vanwege de hoge kosten. Behalve dat de Japanse tatami´s bijna niet meer te betalen zijn, zijn ze ook erg zwaar en geven veel stof. De matten die je tegenwoordig in bijna elke westerse dojo tegenkomt zijn gemaakt van kunststof. Ze hebben het voordeel dat ze behalve een uitstekende schokdemping, ook weinig problemen geven bij het leggen en het opruimen. Ze zijn redelijk licht en makkelijk schoon te houden. Deze matten zijn er in verschillende maten. De meest gangbare maat is 2 meter bij 1 meter, maar er zijn ook matten van 1 meter bij 1 meter en deze zijn natuurlijk nog beter te hanteren. Wil je zien hoe een wedstrijdmat is opgebouwd klik dan hier.


    De judomatten hebben een heel sterke antisliplaag aan de onderkant waardoor ze nagenoeg niet schuiven. Dat is ook wel nodig, want met je tenen tussen twee matten komen is niet zo plezierig!!!!! De buitenrand van het matoppervlak bestaat meestal uit rode matten om zo de gevarenzone aan te duiden.


    Het principe van Ju [top^]

    Het woordje “JU” betekent letterlijk; Zachte.


    Vele honderden jaren geleden stond een kleine Chinese jongen, Li-Tei-Feng, aan de oever van de machtige Jantsee (Chinese rivier) en keek uit over het geelkleurige water. Li-Tei-Feng was klein en zwak en hij was onder de indruk van de kracht van de geweldige rivier. “Was ik maar zo sterk als de Jantsee” dacht hij. Plotseling werd het  pikdonker en even later raasde een orkaan over het land die alles vernietigde en met zich meesleurde. Li-Tei-Feng drukte zich tegen de grond en maakte zich zo klein mogelijk. Toen de storm voorbij was keek de kleine jongen om zich heen. Alles was kapot of weggeblazen en de machtige sterke bomen waren als luciferhoutjes omgeknakt. Tot zijn grote verbazing echter zag hij dat er nog één boompje in leven was: een kleine nietige wilg. De kleine wilg had geen weerstand gegeven aan de verwoestende kracht van de storm, maar was met diens kracht meegegaan. Hoe de storm ook beukte, nooit vond hij verzet omdat de wilg steeds doorboog, soms wel tot zijn topje de grond raakte. Na de verschrikkelijke storm was de kleine wilg de enige overlevende in de verre omtrek. Dit principe van “meegeven” werd het belangrijkste principe in het judo en alle andere budokunsten.


    JU geeft dus het principe van het meegeven weer. In de judo betekent dit dat je probeert je aan te passen aan de bedoelingen van je tegenstander. Trekt hij aan je, dan moet je niet terugtrekken maar duwen. Duwt hij tegen je, dan moet je niet terugduwen maar trekken.


    Tanouye Tenshin Roshi, een meester in Kyudo (= boogschieten), heeft ooit gezegd; “Je moet leren die richting te gebruiken waarin de rots zelf wil gaan, om hem uiteindelijk daarheen te laten gaan waar jij dat wilt”. Soms is het echter nodig dat je de kracht van je lichaam gebruikt. Als iemand je van achter vastgrijpt, zul je de kracht van je lichaam en je techniek moeten gebruiken om je te bevrijden. Soms ben je een waterval (meegeven) en soms ben je een rots (weerstand bieden).


    In judo leer je hoe je Tai-Sabaki moet maken, je lichaam op het juiste moment wegdraaien en meegeven met de kracht van je tegenstander. Je bent dan de waterval. De tegenstander krijgt geen vat op je, je glipt hem letterlijk door de vingers.


    Je leert ook hoe je Hara moet geven, dat wil zeggen je onderlichaam zodanig naar voren duwen dat je tegenstander zich als het ware te pletter loopt en zijn aanval ziet mislukken. Je bent nu de rots.


    De betekenis van Do [top^]

    Het woordje “DO” betekent letterlijk; Weg.


    De “weg” die je moet bewandelen om jezelf als persoon zo perfect mogelijk te vormen. Je kunt dat doen via de weg van “Ju”. Je bent dan een Judoka. Je beoefend judo met een partner. Eén van jullie is de “Tori”.  Tori is de judoka die de handelingen uitvoert. Bijvoorbeeld werpt of controleert. De andere is de “Uke”. Uke is de judoka die de handelingen ondergaat. Bijvoorbeeld valt of gecontroleerd wordt. Er zijn ook andere Do-vormen waarin je een hoge staat van perfectie kunt bereiken.


    Enkele bekende Do-vormen zijn;



    MET WAPENS:



    • Kyu-do ; de weg van de boog
    • Ken-do ; de weg van het zwaard
    • Lai-do ; ; de weg van het rekken van het zwaard
    • Naginata-do ; de weg van de hellebaard


    ZONDER WAPENS;



    • Aiki-do ; de weg van de harmonie
    • Ju-do ; de zachte weg
    • Karate-do ; de weg van de lege hand


    DO-VORMEN OP ANDERE GEBIEDEN;



    • Cha-do ; theeceremonie
    • Kwa-do ; bloemschikken
    • Ga-do ; schilderen
    • Ka-do ; dichten

    Judo stamt af uit het Budo (krijgsmanieren). Alle budovormen zijn weer ontleend aan de Bugei (krijgskunst). De bugei zijn de zogenaamde ju-jutsu-vormen, dat wil zeggen die gevechtskunsten die de uitgang jutsu hebben. Zo kennen we bijvoorbeeld ken-jutsu, aiki-jutsu etc. De bugei werden door de krijgers ontwikkeld als een vechtkunst met als doel zo goed mogelijk te verdedigen. Bij budo is niet de ontwikkeling van de techniek voor het gevecht, maar de ontwikkeling van de persoon centraal in de beoefening.


    Jigoro Kano maakte van het ju-jutsu een moderne Do-vorm. Hij maakte zijn technieken zo veilig dat je ze kon toepassen in een oefengevecht (randori) zonder gedood te worden of zelfs maar geblesseerd te raken. Dit was bij vroegere ju-jutsu-vormen onmogelijk. Kano had ook hele andere bedoelingen met judo en schreef die als volgt op;


    "Judo is het principe van het maximale efficiënte gebruik van lichaam en geest. In het judo is het essentieel om het lichaam te trainen en de geest te ontwikkelen door de oefening van de methode van aanval en verdediging en zichzelf te perfectioneren en bij te dragen aan het welzijn van de wereld. Dat is het uiteindelijke doel van Judo".


    De Judo-Etiquette [top^]

    De DOJO:


    Letterlijk betekend DOJO plaats (jo) waar de weg (do) geleerd wordt. De weg die wij leren en beoefenen is de weg van het judo. Er zijn namelijk ook dojo´s waar een andere Japanse weg beoefend wordt zoals karate, aikido ens. Oorspronkelijk had het woord dojo een religieuze betekenis. Men bedoelde er een stuk heilige grond mee. Later gebruikten Boeddhistische monniken de term dojo voor de plaats waar ze hun meditatieoefeningen deden. Veel judoverenigingen beoefenen hun sport in een gymzaal omdat ze iet over een vaste ruimte kunne beschikken. Eigenlijk maakt dat ook helemaal niet uit. Op het moment dat er matten in de zaal liggen en een aantal judoka´s bezig zijn met judo, is deze oefenruimte ook een dojo. Natuurlijk is de drom van elke judoclub, judoleraar of leerling een eigen vaste dojo te hebben. Een ruimte die alleen gebruikt wordt voor het beoefenen van budo (de verzamelnaam voor oosterse vechtsporten). Je hoeft dan niet meer voor elke training te slepen met matten, maar wat nog belangrijker is; Je kunt je dojo inrichten als een echte Japanse dojo.


    Hoe ziet een dojo eruit?
    Allereerst tref je in de dojo een “kamiza”aan. Dit is de ereplaats en bevindt zich meestal tegenover de ingang. Meestal is dit een foto van de uitvinder van het judo. Jigoro Kano. Ook staat er meestal een “katane” (Japans zwaard) op een standaard en er is een Japanse waaier. Deze twee dingen symboliseren de “hardheid” en het “zachte” in het judo. In de traditionele dojo heeft elke wand zijn eigen betekenis en de judoka´s kunnen niet zomaar ergens gaan zitten. Vroeger was het gebruikelijk dat de meester met zijn rug naar de noordelijke wand zat, en met zijn gezicht naar het zuiden. De leerlingen kwamen dan de ruimte via de oost en/of west zijde binnen. Dit gaat natuurlijk niet altijd. Tijdens examens of wedstrijden zitten de jury of andere hooggeplaatste personen aan de kant van de kamiza. De hoogste banden zitten altijd het dichts bij de kamiza. Voor de les nemen de leraar en de leerlingen plaats aan de “shimoza-zijden”. Bij het begin van de les wordt eerst altijd gegroet voor de kamiza.  Leraar en leerlingen draaien weer terug en groeten op het commando; “Sensei-ni-rei”. Aan het einde van de les gebeurd hetzelfde alleen in omgekeerde volgorde.